Psalm 105
Speel de melodie.
Ondersteunende bestanden
Download ondersteunende audio en bladmuziek.
Klassiek Eigentijdse Psalmberijming(KEP)
Berijming 1773
Klassiek Eigentijdse Psalmberijming (KEP)
- 1.Breng alle lof aan onze Heere,
aanbid Zijn Naam om Hem te eren.
Vertel de volken wat Hij doet.
Zing psalmen, onze God is goed.
Geef al de wonderen van Hem
de volle aandacht met uw stem. - 2.Zijn Naam is heilig en te prijzen,
laat wie God zoekt Hem eer bewijzen
en zich verblijden in Zijn macht.
Vraag naar de HEERE en Zijn kracht,
zoek elke dag Zijn aangezicht.
Wees steeds alleen op Hem gericht. - 3.Uit Abraham bent u geboren,
in Jakob bent u uitverkoren.
De wonderen, door Hem gedaan,
vergeet ze niet, maar denk daaraan.
De Heere, onze God, is Hij,
Zijn oordeel gaat geen land voorbij. - 4.Hij denkt voor eeuwig aan Zijn woorden,
aan Zijn verbond dat Hij tevoren
met Abraham gesloten heeft,
Zijn eed die Hij aan Izak geeft.
Wat God belooft, wordt ook volbracht
tot in het duizendste geslacht. - 5.De woorden die Hij heeft gegeven,
zijn als een wet om naar te leven.
Hij sluit met Jakob Zijn verbond
en Israël hoort uit Zijn mond:
‘Ik geef u Kanaän, dit land,
als erfdeel uit Mijn goede hand.’ - 6.Toen zij met weinig mensen waren,
beschermde God hen in gevaren.
Zij zwierven rond van land tot land,
maar God hield trouw Zijn volk in stand.
Geen koning bracht Zijn eigendom,
of een van Zijn gezalfden om. - 7.Voordat Hij hongersnood liet komen,
waardoor hun brood werd weggenomen,
werd Jozef, die zijn broers bezocht,
als slaaf aan Potifar verkocht.
Maar ook in de gevangenis
bleek dat zijn God betrouwbaar is. - 8.De koning liet zijn boden komen,
liet Jozef weer in vrijheid wonen.
Hij gaf als heerser van het rijk
aan Jozef heel zijn koninkrijk.
De vorsten hoorden Jozefs eis,
hij gaf de oudsten onderwijs. - 9.Daarna kwam Jakob met zijn zonen
als vreemdeling in Gosen wonen.
Gods zorg bleek in het land van Cham:
het nageslacht van Abraham
werd groter door Zijn sterke hand,
zelfs sterker dan Egypteland. - 10.Het hart van de Egyptenaren
veranderde na vele jaren.
Gods volk werd door hun blinde haat
getroffen door een listig kwaad.
Maar God zag al die moeite wel,
Hij zorgde voor Zijn Israël. - 11.Hij liet Zijn stem aan Mozes horen,
Aäron werd door Hem verkoren.
Zij toonden in het land van Cham
de tekenen waar God mee kwam.
De wonderen die God bewees,
vervulden heel het land met vrees. - 12.Hij liet het duister op hen komen,
het licht werd van hen weggenomen.
De Nijl, die bron van leven was,
werd door Zijn macht een dode plas.
Het water kleurde God bloedrood,
Hij maakte al hun vissen dood. - 13.God stuurde kikkers naar hun woning,
tot in de kamers van de koning.
Het ongedierte dat Hij zond
ging als een plaag Egypte rond.
De bomen braken door de kracht
die God door vuur en hagel bracht. - 14.God sprak en liet de sprinkhaan komen,
die heeft hun voedsel weggenomen.
Hij vrat van wat was aangeplant,
en at de opbrengst van het land.
God doodde zelfs de mensen thuis:
de oudste zoon van ieder huis. - 15.Met zilver en met goud beladen
vertrok het volk door Gods genade.
Geen stam bleef achter in het land
dat door de schrik was overmand.
Egypte zag met blijdschap aan
dat God Zijn volk daar weg liet gaan. - 16.Hij liet een wolk Zijn volk bedekken,
zodat zij verder konden trekken.
Een vuur gaf licht voor in de nacht,
liet zien dat God steeds aan hen dacht.
Hij hoorde hun gebed en bood
een overvloed aan vlees en brood. - 17.Hij liet uit rotsen water komen
en deed het als rivieren stromen.
Daar, in het droge, dorre oord
dacht God steeds aan Zijn heilig woord.
Hij dacht aan Abraham, Zijn knecht,
aan wat Hij hem had toegezegd. - 18.Het volk dat God had uitverkoren
liet juichend zijn bevrijding horen.
Hij gaf het voorbereide land
van heidenvolken in hun hand,
opdat zij hoorden naar Zijn wet.
Lof zij aan God Die heeft gered!
Berijming 1773
- 1.Looft, looft, verheugd, den Heer' der heren;
Aanbidt Zijn naam, en wilt Hem eren;
Doet Zijne glorierijke daân
Alom den volkeren verstaan,
En spreekt, met aandacht en ontzag,
Van Zijne wond'ren dag aan dag. - 2.Juicht, elk om strijd, met blijde galmen;
Zingt, zingt den Hoogste vreugdepsalmen;
Beroemt u in Zijn heil'gen naam;
Dat die Hem zoeken, nu te zaâm
Hun hart verenen tot Zijn eer,
En zich verblijden in den Heer'! - 3.Vraagt naar den Heer' en Zijne sterkte,
Naar Hem, die al uw heil bewerkte;
Zoekt dagelijks Zijn aangezicht;
Gedenkt aan 't geen Hij heeft verricht,
Aan Zijn doorluchte wonderdaân;
En wilt Zijn straffen gadeslaan. - 4.Gij volk, uit Abraham gesproten,
Dat zoveel gunsten hebt genoten,
Gij Jacob's kind'ren, die de Heer'
Heeft uitverkoren, meldt Zijn eer.
De Heer' is onze God, die d' aard'
Alom door Zijn gericht vervaart. - 5.God zal Zijn waarheid nimmer krenken,
Maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zijn woord wordt altoos trouw volbracht,
Tot in het duizendste geslacht.
't Verbond met Abraham, Zijn vrind,
Bevestigt Hij van kind tot kind. - 6.Al wat Hij Izak heeft gezworen,
Heeft Hij ook aan Zijn uitverkoren',
Aan Jacob, tot een wet gesteld,
Van al 't beloofde heil verzeld,
En aan gans Isrel toegezeid
Tot Zijn verbond in eeuwigheid. - 7.Hij sprak: "Ik zal de schoonste landen,
'k Zal Kanân leev'ren in uw handen,
't Welk 't snoer uws erfdeels wezen zal."
Het volk was weinig in getal,
't Verkeerde daar als vreemdeling,
Toen 't zulk een gunstrijk woord ontving. - 8.Geleid door 's Heeren alvermogen,
Zijn zij van volk tot volk getogen,
Van 't één naar 't ander rijksgebied.
Hij duldde hun verdrukking niet,
Maar heeft zelfs vorsten op dien tocht,
Om hunnentwil, met straf bezocht. - 9.God sprak, en deed den vorsten weten:
"Tast Mijn gezalfden, Mijn profeten,
Niet aan door enig leed of schand'."
Hij riep een honger in het land;
Hij brak, vergramd, den staf des broods,
En 't volk kwam in gevaar des doods' - 10.Wie kan Gods wijs beleid doorgronden?
Een man werd voor hen heengezonden:
De vrome Jozef, rijk in deugd,
Tot slaaf verkocht in zijne jeugd,
In ijz'ren boeien wreed gekneld,
Werd, hun tot heil, in eer gesteld. - 11.Toen hij door 't Godd'lijk alvermogen
Beproefd was: toen voor aller ogen
Zijn woord in 't helder daglicht scheen;
Toen bood de koning, om zijn reên
Verbaasd, hem straks de vrijheid aan;
Der volken Heer' deed hem ontslaan. - 12.Hij kreeg van Farao in handen
't Bestier van huis en goed en landen;
Dies bond hij vorsten naar zijn lust.
Van zijn verstand en deugd bewust,
Deed gans Egypte's opperheer,
Al d' oudsten luist'ren naar zijn leer. - 13.Daarna toog Israël, gedreven
Door nooddruft, tot behoud van 't leven,
Naar 't rijk Egypte; Jacob kwam
Als vreemdeling in 't land van Cham.
Daar groeid' en bloeide zijn geslacht,
En overtrof zijns vijands macht. - 14.De harten der Egyptenaren,
Die eertijds Isrel gunstig waren,
Verkeerden toen in bitt'ren haat.
Des Heeren volk werd bits versmaad;
Men smeedde lagen tot hun val,
Verdrukking trof hun overal. - 15.Maar God zond Mozes, die tevoren
Door Hem met Aron was verkoren;
Zij beiden voerden Gods besluit
Door tekenen en wond'ren uit,
En toonden in Egypteland
De plagen van Zijn strenge hand. - 16.'t Werd alles door Zijn groot vermogen
Met duisternissen overtogen.
Niets wederstreefde 't hoog bevel
Van God, den God van Israël,
Die beek en bron verkeerd' in bloed,
Den vis deed sterven in dien vloed. - 17.Ook deed God uit de waterstromen
Een machtig heir van vorsen komen,
Dat doordrong tot in 's konings hof.
De luizen kwamen voort uit stof.
God sprak, en een ontelb're drom
Van ongedierte zweefd' alom. - 18.Hij zond, in plaats van vruchtb'ren regen,
Zijn hagel neer, die allerwegen,
Met een verslindend vuur gepaard,
Den frissen wijnstok sloeg ter aard';
Den vijgeboom, met kruin en tak,
En al het vruchtgeboomte brak. - 19.De sprinkhaan en de kever kwamen,
Gelijk een talloos leger, samen;
Verslonden, wat het aardrijk gaf.
Toen heeft God, als de zwaarste straf,
Al d' eerstelingen hunner kracht,
Hun eerstgeboor'nen omgebracht. - 20.God deed Zijn volk met wisse treden,
Daar niemand struikeld' in zijn schreden,
Met zilver en met goud belaân,
Blijmoedig uit Egypte gaan.
Toen juicht' om hun vertrek al 't land,
Daar 't al door schrik was overmand. - 21.God breidd' een wolk uit, om Zijn scharen,
Bij dag te hoeden voor gevaren.
Hij gaf hun, door Zijn hoog bestuur,
Des nachts ten licht een wondervuur.
Zij baden, en hun Opperheer
Zond straks een heir van kwakk'len neer. - 22.Zij werden daag'lijks begenadigd:
Met manna, hemels brood, verzadigd.
Gods hand bracht, in dat dorre oord,
Rivieren uit een steenrots voort.
Hij dacht aan 't geen Hij aan Zijn knecht,
Aan Abraham, had toegezegd. - 23.Dus toog 't verkoren volk des Heeren
Al juichend uit, op Gods begeren.
Het land der heid'nen van rondom,
Schonk Hij hun tot een eigendom;
Der volken arbeid werd geheel
Aan Israël ten erf'lijk deel. - 24.Die gunst heeft God Zijn volk bewezen,
Opdat het altoos Hem zou vrezen,
Zijn wet betrachten, en voortaan
Volstandig op Zijn wegen gaan.
Men roem' dan d' Oppermajesteit
Om zoveel gunst, in eeuwigheid.
Psalm 105: 'Een heerlijk lied over het verbond van God'
Psalm 105 is als een aanstekelijk lied bedoeld, want aan het begin ervan wordt iedereen opgeroepen om de Heere te loven, te zoeken en aan Hem en Zijn daden te denken. En dan valt opeens het woord verbond. Daarvan wordt gezegd dat God voor eeuwig aan Zijn verbond denkt en dat Hij dat verbond met Abraham en zijn nageslacht gesloten heeft. En dan vertelt de ons onbekende dichter van deze psalm een stukje verbondsgeschiedenis. We horen over de tocht van Jozef en Jakob naar Egypte, over Mozes en Aäron, over de plagen die God over Egypte liet komen. We lopen mee met de uittocht uit Egypte en maken een deel van de woestijnreis mee. Ten slotte lopen we mee het beloofde land binnen en zien we hoe God Zijn volk daar zegent.
Laat het ook voor ons een voorrecht zijn om in Gods verbond opgenomen te zijn. Hij denkt aan Zijn verbond. Hij vervult wat Hij heeft beloofd. En dan is niets voor Hem te wonderlijk. Als moet je een zee door, je komt er doorheen. Samen met God. Tijdens je reis door het leven kom je niets tekort of het zou dankbaarheid moeten zijn. Voor Gods kinderen wacht de hemelse intocht. Daar een eeuwig ‘halleluja’!
Uitvoeringen Psalm 105
Thematische verdieping
Laat een nieuwe generatie zingen
Met jouw financiële steun ontwikkelen we over een periode van meerdere jaren 150 psalmen in klassiek-eigentijdse taal en publiceren we geestelijke liederen waarin het Evangelie van Jezus Christus centraal staat.
Doneer