Psalm 116
Speel de melodie.
Ondersteunende bestanden
Download ondersteunende audio en bladmuziek.
Klassiek Eigentijdse Psalmberijming(KEP)
Berijming 1773
Klassiek Eigentijdse Psalmberijming (KEP)
- 1.God heb ik lief, Hij luistert naar mijn stem.
In Zijn genade buigt Hij Zich naar voren
om naar mijn klacht, mijn smeekgebed te horen.
Daarom roep ik mijn leven lang tot Hem. - 2.Ik was benauwd, de dood kwam op mij af.
Vol van verdriet, in grote angst gevangen,
bad ik de Heere, met maar één verlangen:
‘Bevrijd mijn ziel en red mij van het graf.’ - 3.De Heere is rechtvaardig en nabij.
Bij onze God is goedheid en ontferming.
Wie zwak en weerloos is, geeft Hij bescherming.
Ik kwijnde weg, maar Hij verloste mij. - 4.Kom weer tot rust, mijn ziel, want God is goed.
Hij is uw hulp geweest in al uw lijden.
U immers, Heere, wilde mij bevrijden
en hebt mijn ziel voor dood en graf behoed. - 5.U nam de tranen weg van mijn gezicht,
U, Die mijn voet voor struikelen bewaarde.
Nu ga ik blij mijn weg op deze aarde.
Ik leef voor God en wandel in Zijn licht. - 6.Ik heb geloofd en sprak omdat ik wist:
God is mijn hulp, al lijkt het niet te dragen.
Te snel riep ik, verstrikt in angst en vragen:
‘Elk mens is vol van leugen en van list.’ - 7.Hoe dank ik God voor wat Hij heeft gedaan?
De beker van het heil houd ik geheven.
Hem geef ik eer, mijn woord aan Hem gegeven -
dat kom ik na, Zijn volk zal rond mij staan. - 8.De dood van al wie Hem zijn toegewijd,
raakt diep Gods hart; ik wil U toebehoren.
U dien ik, tredend in mijn moeders sporen;
van al mijn boeien hebt U mij bevrijd. - 9.Ik prijs Gods Naam en offer dank aan Hem.
Hier in Zijn huis, door al Zijn volk omgeven,
houd ik mijn woord: ik loof Hem, heel mijn leven.
Loof God en jubel, heel Jeruzalem!
Berijming 1773
- 1.God heb ik lief; want die getrouwe Heer'
Hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen;
Hij neigt Zijn oor, 'k roep tot Hem, al mijn dagen;
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer. - 2.Ik lag gekneld in banden van den dood,
Daar d' angst der hel mij allen troost deed missen;
Ik was benauwd, omringd door droefenissen;
Maar riep den Heer' dus aan in al mijn nood: - 3."Och Heer', och, wierd mijn ziel door U gered!"
Toen hoorde God; Hij is mijn liefde waardig;
De Heer' is groot, genadig en rechtvaardig,
En onze God ontfermt zich op 't gebed. - 4.D' eenvoudigen wil God steeds gadeslaan;
'k Was uitgeteerd, maar Hij zag op mij neder.
Keer, mijne ziel, tot uwe ruste weder;
Gij zijt verlost; God heeft u welgedaan. - 5.Gij hebt, o Heer', in 't dood'lijkst tijdsgewricht
Mijn ziel gered, mijn tranen willen drogen,
Mijn voet geschraagd; dies zal ik, voor Gods ogen,
Steeds wandelen in 't vrolijk levenslicht. - 6.Ik heb geloofd, dies sprak ik tot Gods eer.
'k Was zeer bedrukt, ik liet in haast mijn lippen,
Door drift vervoerd, deez' harde taal ontglippen:
"Bij mensen is noch trouw, noch waarheid meer!" - 7.Wat zal ik, met Gods gunsten overlaân,
Dien trouwen Heer' voor Zijn genâ vergelden?
'k Zal bij den kelk des heils Zijn naam vermelden,
En roepen Hem met blijd' erkent'nis aan. - 8.Nu zal ik voor de weldaân, die 'k genoot,
Aan Hem, naar mijn geloften, eer bewijzen,
Hem onder al Zijn gunstgenoten prijzen.
Hoe kost'lijk is in 's Heeren oog hun dood! - 9.Och Heer', ik ben, o ja, ik ben Uw knecht,
Uw dienstmaagds zoon; Gij slaaktet mijne banden;
Dies doe ik U gewillig offeranden
Van lof en dank, U plechtig toegezegd. - 10.Ik zal Uw naam met dankerkentenis
Verheffen, U al mijn geloften brengen;
'k Zal liefd' en lof voor U ten offer mengen,
In 't heiligdom, waar 't volk vergaderd is. - 11.Ik zal met vreugd in 't huis des Heeren gaan,
Om daar met lof Uw groten naam te danken.
Jeruzalem, gij hoort die blijde klanken:
Elk heff' met mij den lof des Heeren aan!
Psalm 116: 'Een loflied van bevrijding'
De voor ons onbekende dichter van Psalm 116 was ver weg geweest. Wat hij precies heeft ondervonden, is niet geheel duidelijk, maar hij is in de buurt van de dood geweest. God had wonderlijk in zijn leven ingegrepen en hem gered. Toen had hij twee dingen ontdekt. Allereerst dat God genadig en rechtvaardig is en zich ontfermt over mensen in nood. En ook dat hij erg veel hield van God.
Met dat laatste begint hij zijn lofzang. Vanuit de diepte van wat hij heeft meegemaakt, brengt hij God de lof om wie Hij is en om wat Hij doet. Hij is verwonderd over wat God in zijn leven heeft gedaan. Een idee komt bij hem op: hij zal naar de tempel gaan om daar God te loven om wat hij heeft ondervonden. Wellicht zal dat aanstekelijk werken en zullen anderen met hem gaan meedoen. De dichter begon zijn lied bij zijn gevoelens en eindigt bij God met zijn ‘halleluja’ (geloofd zij de Heere). Zó werkt het als de Heilige Geest in je werkt!
Uitvoeringen Psalm 116
Thematische verdieping
Laat een nieuwe generatie zingen
Met jouw financiële steun ontwikkelen we over een periode van meerdere jaren 150 psalmen in klassiek-eigentijdse taal en publiceren we geestelijke liederen waarin het Evangelie van Jezus Christus centraal staat.
Doneer