Beluister en zing mee

Psalm 3

Speel de melodie.

Psalm 3 - Ritmisch langzaam
Andere audio
Ritmisch
Iso-ritmisch
Audiobestanden en bladmuziek

Ondersteunende bestanden

Download ondersteunende audio en bladmuziek.

Psalm 3

  • Psalmvergelijker

    Vergelijk de Klassiek Eigentijdse Psalmberijming met andere berijmingen of met de onberijmde psalmen:

    Eerste vergelijking
    Tweede vergelijking (optie)

Voor het vergelijken van hele psalmen in verschillende berijmingen adviseren wij je om de desktopversie van onze website te gebruiken.

Klassiek Eigentijdse Psalmberijming(KEP)

Ga naar vers

Berijming 1773

Ga naar vers

Ga naar vers

Klassiek Eigentijdse Psalmberijming (KEP)

  • 1.
    Hoor, Heere, als ik roep.
    Steeds groter wordt de groep
    van al mijn tegenstanders.
    Minachtend klinkt hun spot:
    ‘Hij krijgt geen heil van God
    of hulp van iemand anders.’
    Maar U, mijn Schild, mijn Eer,
    al blijkt hun haat steeds meer,
    U heft mijn hoofd naar boven.
    Ik riep tot God en Hij
    gaf antwoord, sterkte mij
    van Sions berg daarboven.
  • 2.
    Ik lag en sliep vannacht
    gedragen door Gods kracht.
    Zo kon ik fris ontwaken.
    De vijand om mij heen,
    met duizenden bijeen,
    zal mij niet angstig maken.
    Sta op, verlos mij nu,
    mijn trouwe God, want U
    verbrijzelt kaak en tanden
    van wie mijn ziel bedreigt.
    U redt Uw volk, het krijgt
    de zegen uit Uw handen.

Berijming 1773

  • 1.
    Hoe vreeslijk groeit, o God,
    Het saamgezworen rot
    Dergenen, die mij drukken;
    Zij maken niet alleen
    Den opstand algemeen,
    Om mij mijn kroon t' ontrukken;
    Maar velen doen van mij,
    Hoe bitter ik ook lij',
    Nog deze smaadtaal horen:
    "God zal hem nu niet meer
    Verlossen, als weleer;
    Hem is geen heil beschoren."
  • 2.
    Maar, trouwe God, Gij zijt
    Het schild, dat mij bevrijdt,
    Mijn eer, mijn vast betrouwen;
    Op U vest ik het oog;
    Gij heft mijn hoofd omhoog,
    En doet m' Uw gunst aanschouwen.
    'k Riep God niet vrucht'loos aan;
    Hij wil mij niet versmaân
    In al mijn tegenheden;
    Hij zag van Sion neer,
    De woonplaats van Zijn eer,
    En hoorde mijn gebeden.
  • 3.
    Ik lag en sliep gerust,
    Van 's Heeren trouw bewust,
    Tot ik verfrist ontwaakte;
    Want God was aan mijn zij';
    Hij ondersteunde mij
    In 't leed, dat mij genaakte.
    Ik zal, vol heldenmoed,
    Daar mij Zijn hand behoedt,
    Tienduizenden niet vrezen;
    Schoon ik, van allen kant,
    Geweldig aangerand
    En fel geprangd moog' wezen.
  • 4.
    Sta op, verlos mij, Heer'!
    Gij hebt, o God, weleer
    Getoond voor mij te waken,
    Mijn haters onderdrukt;
    En mij 't gevaar ontrukt;
    Gij sloegt hen op de kaken,
    Verbrekend onverwacht
    Hun tanden door Uw macht;
    'k Heb d' overhand verkregen.
    Gij, Heer', alleen, Gij zijt
    Verwinnaar in den strijd,
    En geeft Uw volk den zegen.

Berijming 1773

  • 1.
    Hoe vreeslijk groeit, o God,
    Het saamgezworen rot
    Dergenen, die mij drukken;
    Zij maken niet alleen
    Den opstand algemeen,
    Om mij mijn kroon t' ontrukken;
    Maar velen doen van mij,
    Hoe bitter ik ook lij',
    Nog deze smaadtaal horen:
    "God zal hem nu niet meer
    Verlossen, als weleer;
    Hem is geen heil beschoren."
  • 2.
    Maar, trouwe God, Gij zijt
    Het schild, dat mij bevrijdt,
    Mijn eer, mijn vast betrouwen;
    Op U vest ik het oog;
    Gij heft mijn hoofd omhoog,
    En doet m' Uw gunst aanschouwen.
    'k Riep God niet vrucht'loos aan;
    Hij wil mij niet versmaân
    In al mijn tegenheden;
    Hij zag van Sion neer,
    De woonplaats van Zijn eer,
    En hoorde mijn gebeden.
  • 3.
    Ik lag en sliep gerust,
    Van 's Heeren trouw bewust,
    Tot ik verfrist ontwaakte;
    Want God was aan mijn zij';
    Hij ondersteunde mij
    In 't leed, dat mij genaakte.
    Ik zal, vol heldenmoed,
    Daar mij Zijn hand behoedt,
    Tienduizenden niet vrezen;
    Schoon ik, van allen kant,
    Geweldig aangerand
    En fel geprangd moog' wezen.
  • 4.
    Sta op, verlos mij, Heer'!
    Gij hebt, o God, weleer
    Getoond voor mij te waken,
    Mijn haters onderdrukt;
    En mij 't gevaar ontrukt;
    Gij sloegt hen op de kaken,
    Verbrekend onverwacht
    Hun tanden door Uw macht;
    'k Heb d' overhand verkregen.
    Gij, Heer', alleen, Gij zijt
    Verwinnaar in den strijd,
    En geeft Uw volk den zegen.

Psalm 3: 'Een loflied op Gods zorg en zegen'

David heeft het in zijn leven vaak benauwd gehad. Wie heeft hem allemaal niet op de hielen gezeten? Op een bepaald moment zelfs zijn eigen zoon Absalom. Ook in die moeilijke situatie zoekt David de Heere. Waar moet hij anders heen? Hij legt zijn nood voor de Heere neer en herinnert Hem eraan wat Hij voor hem heeft betekend. Hij heeft David beschermd, genade bewezen, zijn gebeden verhoord en ontspannen laten slapen. David kan er weer tegenaan!

Tegelijk vraagt hij of de Heere wil opstaan en ingrijpen. Hij bidt om verlossing en gelooft vast dat God die zal brengen. Bij de Heere is heil. In dat woord heil sluimert het woord Heiland. Zo weten we waarom de Heere heil kan schenken en zegen kan verspreiden. Dat kan door de Heiland, Die de grootste vijandschap ervoer, opdat wij geheiligd en gezegend zouden worden. Heerlijk als God je hoofd omhoog heft. Dan kijk je in Zijn liefdevolle ogen!

Uitvoeringen Psalm 3

Psalm 3 - Zingen uit de Bron

Psalm 3 - Zingen uit de Bron

Thematische verdieping

Bijdragen

Laat een nieuwe generatie zingen

Met jouw financiële steun ontwikkelen we over een periode van meerdere jaren 150 psalmen in klassiek-eigentijdse taal en publiceren we geestelijke liederen waarin het Evangelie van Jezus Christus centraal staat.

Doneer