Beluister en zing mee

Psalm 62

Speel de melodie.

Psalm 62 - Ritmisch langzaam
Andere audio
Ritmisch
Iso-ritmisch
Audiobestanden en bladmuziek

Ondersteunende bestanden

Download ondersteunende audio en bladmuziek.

Psalm 62

  • Psalmvergelijker

    Vergelijk de Klassiek Eigentijdse Psalmberijming met andere berijmingen of met de onberijmde psalmen:

    Eerste vergelijking
    Tweede vergelijking (optie)

Voor het vergelijken van hele psalmen in verschillende berijmingen adviseren wij je om de desktopversie van onze website te gebruiken.

Klassiek Eigentijdse Psalmberijming(KEP)

Ga naar vers

Berijming 1773

Ga naar vers

Ga naar vers

Klassiek Eigentijdse Psalmberijming (KEP)

  • 1.
    Mijn ziel is stil tot God, ik wacht
    op Hem, wat ook gebeuren mag.
    Hij is mijn rots in angst en zorgen,
    mijn burcht, mijnheil, Hij waakt voor mij.
    Ik wankel niet: Hij staat me bij.
    Bij Hem alleen ben ik geborgen.
  • 2.
    Hoe lang nog stormen jullie aan,
    op één alleen, om hem te slaan,
    hem te verderven, neer te steken?
    Hij is een muur die bijna valt,
    die wankelt onder het geweld
    van allen die hem willen breken.
  • 3.
    Zij willen dat hij van zijn rots
    te pletter in de diepte stort.
    De leugen is hun lust en leven:
    zij spreken vroom, vol schone schijn,
    maar in hun harten schuilt venijn,
    daar heersen vloek en haat en wrevel.
  • 4.
    Mijn ziel, wees stil bij God alleen,
    bij Hem is rust – waar anders heen?
    Hij is mijn rots in angst en zorgen,
    mijn burcht, mijn heil in alle nood.
    Ik wankel niet: Zijn macht is groot.
    Bij Hem alleen ben ik geborgen.
  • 5.
    In God is al mijn heil, mijn eer.
    Mijn sterke rotssteen is de Heer’
    Vertrouw op Hem te allen tijde,
    mijn volk, toon Hem je nood en smart,
    stort bij Hem uit je hele hart,
    Hij is een toevlucht in het lijden.
  • 6.
    De mensen zijn een ademtocht,
    nog lichter dan de lege lucht,
    als God hen in een schaal zou wegen.
    Verwacht het niet van ruw geweld,
    en zet je hart niet op je geld:
    op roof of hebzucht rust geen zegen.
  • 7.
    Tot tweemaal toe heb ik het woord
    dat God eens tot mij sprak, gehoord:
    ‘Bij God is macht, bij Hem is sterkte.’
    Bij U is ook de liefde, Heer’.
    Uw goede gunst daalt op ons neer,
    vergeldt de mensen naar hun werken.

Berijming 1773

  • 1.
    Mijn ziel is immers stil tot God;
    Van Hem wacht ik een heilrijk lot;
    Hij immers zal mijn rotssteen wezen,
    Mijn heil, mijn hulp in mijn gebrek,
    Mijn toevlucht en mijn hoog vertrek:
    Ik zal geen grote wank'ling vrezen.
  • 2.
    Hoe lang, o wreedaards, zoekt gij dan
    Het kwade nog van zulk een man?
    Uw kracht is veel te zwak en teder;
    Haast sterft gij allen door Gods hand;
    Zo stort een ingebogen wand,
    Een aangestoten muur terneder.
  • 3.
    Zij raadslaan slechts, vervoerd door haat,
    Om hem uit zijnen hogen staat
    Te stoten met bedrog; en zoeken
    Met lust hiertoe een leugenvond;
    Zij zeeg'nen wel met hunnen mond,
    Maar 't godd'loos hart doet niets dan vloeken.
  • 4.
    Doch gij, mijn ziel, het ga zo 't wil,
    Stel u gerust, zwijg Gode stil;
    Ik wacht op Hem; Zijn hulp zal blijken.
    Hij is mijn rots, mijn heil in nood,
    Mijn hoog vertrek; Zijn macht is groot;
    Ik zal noch wank'len, noch bezwijken.
  • 5.
    In God is al mijn heil, mijn eer,
    Mijn sterke rots, mijn tegenweer;
    God is mijn toevlucht in het lijden.
    Vertrouw op Hem, o volk, in smart,
    Stort voor Hem uit uw ganse hart:
    God is een toevlucht t' allen tijde.
  • 6.
    Gemene lieden immers zijn
    Slechts ijdelheid, een damp, een schijn;
    De grote anders niet dan logen;
    Zij zouden, hoe hun hart zich vleit,
    Nog lichter zijn dan d' ijdelheid,
    In ene weegschaal opgewogen.
  • 7.
    Vertrouwt, wat uw begeert' ook zij,
    Nooit op geweld of roverij,
    En wordt niet ijdel, als 't vermogen
    Gedurig aanwast; waakt en let.
    Dat gij het hart er nooit op zet;
    Zo wordt ge door geen schijn bedrogen.
  • 8.
    Eenmaal sprak God tot mij een woord,
    Tot tweemaal toe heb ik 't gehoord:
    "Dat 's Heeren zijn de sterkt' en krachten."
    Ook is bij U de goedheid, Heer';
    Dies heeft van U elk sterv'ling weer,
    Vergelding naar zijn werk te wachten.

Berijming 1773

  • 1.
    Mijn ziel is immers stil tot God;
    Van Hem wacht ik een heilrijk lot;
    Hij immers zal mijn rotssteen wezen,
    Mijn heil, mijn hulp in mijn gebrek,
    Mijn toevlucht en mijn hoog vertrek:
    Ik zal geen grote wank'ling vrezen.
  • 2.
    Hoe lang, o wreedaards, zoekt gij dan
    Het kwade nog van zulk een man?
    Uw kracht is veel te zwak en teder;
    Haast sterft gij allen door Gods hand;
    Zo stort een ingebogen wand,
    Een aangestoten muur terneder.
  • 3.
    Zij raadslaan slechts, vervoerd door haat,
    Om hem uit zijnen hogen staat
    Te stoten met bedrog; en zoeken
    Met lust hiertoe een leugenvond;
    Zij zeeg'nen wel met hunnen mond,
    Maar 't godd'loos hart doet niets dan vloeken.
  • 4.
    Doch gij, mijn ziel, het ga zo 't wil,
    Stel u gerust, zwijg Gode stil;
    Ik wacht op Hem; Zijn hulp zal blijken.
    Hij is mijn rots, mijn heil in nood,
    Mijn hoog vertrek; Zijn macht is groot;
    Ik zal noch wank'len, noch bezwijken.
  • 5.
    In God is al mijn heil, mijn eer,
    Mijn sterke rots, mijn tegenweer;
    God is mijn toevlucht in het lijden.
    Vertrouw op Hem, o volk, in smart,
    Stort voor Hem uit uw ganse hart:
    God is een toevlucht t' allen tijde.
  • 6.
    Gemene lieden immers zijn
    Slechts ijdelheid, een damp, een schijn;
    De grote anders niet dan logen;
    Zij zouden, hoe hun hart zich vleit,
    Nog lichter zijn dan d' ijdelheid,
    In ene weegschaal opgewogen.
  • 7.
    Vertrouwt, wat uw begeert' ook zij,
    Nooit op geweld of roverij,
    En wordt niet ijdel, als 't vermogen
    Gedurig aanwast; waakt en let.
    Dat gij het hart er nooit op zet;
    Zo wordt ge door geen schijn bedrogen.
  • 8.
    Eenmaal sprak God tot mij een woord,
    Tot tweemaal toe heb ik 't gehoord:
    "Dat 's Heeren zijn de sterkt' en krachten."
    Ook is bij U de goedheid, Heer';
    Dies heeft van U elk sterv'ling weer,
    Vergelding naar zijn werk te wachten.

Psalm 62: 'Een lied op een tere toon'

Psalm 62 is geen gebed maar een belijdenis. Een lied waarin David belijdend zingt. David kende ook genoeg hectiek in zijn leven. In Psalm 62 vind je daar wel iets van terug, maar de toon van dit lied is vooral rustig en berustend. David is stil geworden voor God. Hij heeft veiligheid en geborgenheid gevonden bij Hem. Er zijn wel vijanden. David zegt kort iets over hen maar gaat dan weer terug naar waarmee hij zijn lied begonnen is. Het stil geworden zijn komt even onder druk te staan, maar David roept zichzelf gelijk op om weer stil te worden. Hij benadrukt in zijn lied vooral de vastheid die hij in de Heere vindt. Steunend op Hem heeft hij vaste grond onder de voeten. Hij weet dat wij ons hart op van alles en nog wat kunnen zetten en roept ons op om dat niet te doen. Zijn lied is een pleidooi om op de Heere te steunen. Hij heeft en geeft kracht en is goedertieren. Met de Heere heb je alles en kom je nooit iets tekort!

Laten wij in de hectiek van onze tijd en van ons leven regelmatig Psalm 62 zingen en overdenken. Opdat het ook in ons hart stil zal worden en wij stil zullen zijn voor God. In een wereld vol onrust en onzekerheid is er in de Heere houvast en veiligheid te vinden die nergens aan te treffen is. Bij Hem ben je echt geborgen. Heerlijk dat wij alles voor Hem mogen neerleggen. Ons hele hart mogen wij voor Zijn aangezicht uitstorten. Doet Hij er iets mee? Zeker weten! Onze gebeden zijn niet aan dovemansoren gericht. Wij kunnen altijd van de Heere op aan. Omdat Jezus de vaste rots van ons behoud is.

Uitvoeringen Psalm 62

Psalm 62 - Zingen uit de Bron

Psalm 62 - Zingen uit de Bron

Thematische verdieping

Bijdragen

Laat een nieuwe generatie zingen

Met jouw financiële steun ontwikkelen we over een periode van meerdere jaren 150 psalmen in klassiek-eigentijdse taal en publiceren we geestelijke liederen waarin het Evangelie van Jezus Christus centraal staat.

Doneer