Beluister en zing mee

Psalm 63

Speel de melodie.

Psalm 63 - Ritmisch langzaam
Andere audio
Ritmisch
Iso-ritmisch
Audiobestanden en bladmuziek

Ondersteunende bestanden

Download ondersteunende audio en bladmuziek.

Psalm 63

  • Psalmvergelijker

    Vergelijk de Klassiek Eigentijdse Psalmberijming met andere berijmingen of met de onberijmde psalmen:

    Eerste vergelijking
    Tweede vergelijking (optie)

Voor het vergelijken van hele psalmen in verschillende berijmingen adviseren wij je om de desktopversie van onze website te gebruiken.

Klassiek Eigentijdse Psalmberijming(KEP)

Ga naar vers

Berijming 1773

Ga naar vers

Ga naar vers

Klassiek Eigentijdse Psalmberijming (KEP)

  • 1.
    Mijn God, U zoek ik ’s morgens vroeg,
    mijn ziel is door de dorst bevangen,
    mijn lichaam kent maar één verlangen:
    alleen aan U heb ik genoeg.
    Hier is niets meer dan grote droogte,
    hier dreigt de dood, hier kom ik om,
    maar in Uw heerlijk heiligdom
    stijgt al Uw macht tot grote hoogte.
  • 2.
    Uw trouw en goedertierenheid
    zijn beter dan dit aardse leven.
    Mijn dank en lof zal ik U geven,
    mijn handen naar U uitgespreid.
    Door overvloed aan zegeningen
    word ik geheel door U gevoed.
    Mijn lofzang klinkt U tegemoet,
    mijn lippen zullen vrolijk zingen.
  • 3.
    Als ik 's nachts nadenk op mijn bed,
    bent U nog steeds in mijn gedachten.
    Van U kan ik de hulp verwachten,
    U hebt mij keer op keer gered.
    Onder Uw vleugels weggekropen,
    zing ik verheugd om wat U geeft.
    Mijn ziel is aan U vastgekleefd,
    Uw rechterhand gaat voor mij open.
  • 4.
    Wie zoeken naar mijn levenseind,
    verdwijnen in de diepste kloven.
    Het zwaard zal hen van kracht beroven,
    zij zullen prooi voor vossen zijn.
    De koning vindt in God zijn vreugde,
    gelukkig al wie bij Hem zweert.
    Hen wordt het spreken afgeleerd,
    die zich verblijden in de leugen.

Berijming 1773

  • 1.
    O God, Gij zijt mijn toeverlaat;
    Mijn God, U zoek ik met verlangen,
    Zo ras wij 't morgenlicht ontvangen,
    Bij 't krieken van den dageraad.
    O Heer', mijn ziel en lichaam hijgen,
    En dorsten naar U in een land,
    Dat, dor en mat, van droogte brandt,
    Waar niemand lafenis kan krijgen.
  • 2.
    k Heb U voorwaar in 't heiligdom
    Voorheen beschouwd met vrolijk' ogen;
    Hoe zag ik daar Uw alvermogen!
    Hoe blonk Uw Godd'lijk' eer alom.
    Want beter dan dit tijd'lijk leven
    Is Uwe goedertierenheid.
    Och, werd ik derwaarts weer geleid!
    Dan zou mijn mond U d' ere geven.
  • 3.
    Dan zou ik, voor Uw Godd'lijk oog,
    Uw deugden al mijn leven prijzen,
    En in Uw naam mijn zang doen rijzen,
    Mijn handen heffen naar omhoog.
    Mijn ziel zou nieuwe kracht ontvangen,
    Verzadigd, als met vet en smeer;
    Mijn mond zou U vol vreugd, o Heer',
    Verheffen in zijn lofgezangen.
  • 4.
    Wanneer ik, op mijn legersteê,
    Aan U gedenk in stille nachten,
    Dan peinst mijn ziel met al haar krachten,
    Hoe Gij voorheen in angst en wee,
    Als mij de vijand wild' omringen,
    Mij vaardig zijt ter hulp geweest;
    Dies zal ik nu ook, onbevreesd,
    In schaduw van Uw vleug'len zingen.
  • 5.
    Mijn ziel kleeft U standvastig aan;
    Gij ondersteunt mijn zwakke schreden;
    Uw rechterhand, vol mogendheden,
    Doet mij getroost en veilig gaan.
    Maar dezen, die mijn ziel begeren,
    Opdat ik tot verwoesting raak',
    Staan bloot voor Uw geduchte wraak;
    Zij zullen haast ten afgrond keren.
  • 6.
    Men zal die bozen, door 't geweld
    Van 't scherp gewette zwaard, doen sneven,
    En aan de vossen overgeven,
    Ter prooi alom in 't open veld.
    Maar 's Konings hart zal zich verblijden
    In God, die 't gans heelal regeert;
    En elk, die heilig bij Hem zweert,
    Zal Zijne trouw met roem belijden.
  • 7.
    Want, hoe het ga, de logenmond
    Zal nimmer straff'loos zegepralen;
    God stelt der boosheid perk en palen,
    De leugensprekers gaan te grond'.

Berijming 1773

  • 1.
    O God, Gij zijt mijn toeverlaat;
    Mijn God, U zoek ik met verlangen,
    Zo ras wij 't morgenlicht ontvangen,
    Bij 't krieken van den dageraad.
    O Heer', mijn ziel en lichaam hijgen,
    En dorsten naar U in een land,
    Dat, dor en mat, van droogte brandt,
    Waar niemand lafenis kan krijgen.
  • 2.
    k Heb U voorwaar in 't heiligdom
    Voorheen beschouwd met vrolijk' ogen;
    Hoe zag ik daar Uw alvermogen!
    Hoe blonk Uw Godd'lijk' eer alom.
    Want beter dan dit tijd'lijk leven
    Is Uwe goedertierenheid.
    Och, werd ik derwaarts weer geleid!
    Dan zou mijn mond U d' ere geven.
  • 3.
    Dan zou ik, voor Uw Godd'lijk oog,
    Uw deugden al mijn leven prijzen,
    En in Uw naam mijn zang doen rijzen,
    Mijn handen heffen naar omhoog.
    Mijn ziel zou nieuwe kracht ontvangen,
    Verzadigd, als met vet en smeer;
    Mijn mond zou U vol vreugd, o Heer',
    Verheffen in zijn lofgezangen.
  • 4.
    Wanneer ik, op mijn legersteê,
    Aan U gedenk in stille nachten,
    Dan peinst mijn ziel met al haar krachten,
    Hoe Gij voorheen in angst en wee,
    Als mij de vijand wild' omringen,
    Mij vaardig zijt ter hulp geweest;
    Dies zal ik nu ook, onbevreesd,
    In schaduw van Uw vleug'len zingen.
  • 5.
    Mijn ziel kleeft U standvastig aan;
    Gij ondersteunt mijn zwakke schreden;
    Uw rechterhand, vol mogendheden,
    Doet mij getroost en veilig gaan.
    Maar dezen, die mijn ziel begeren,
    Opdat ik tot verwoesting raak',
    Staan bloot voor Uw geduchte wraak;
    Zij zullen haast ten afgrond keren.
  • 6.
    Men zal die bozen, door 't geweld
    Van 't scherp gewette zwaard, doen sneven,
    En aan de vossen overgeven,
    Ter prooi alom in 't open veld.
    Maar 's Konings hart zal zich verblijden
    In God, die 't gans heelal regeert;
    En elk, die heilig bij Hem zweert,
    Zal Zijne trouw met roem belijden.
  • 7.
    Want, hoe het ga, de logenmond
    Zal nimmer straff'loos zegepralen;
    God stelt der boosheid perk en palen,
    De leugensprekers gaan te grond'.

Psalm 63: 'Een lied vol verlangen'

David verblijft in de woestijn van Juda als hij Psalm 63 schrijft. Hij heeft het niet breed. David voelt zich net als het dorre en dorstige land om hem heen. Hij is niet in de buurt van Jeruzalem en dus ook niet in de buurt van de tent waar de ark staat en de offerdienst plaatsvindt. Hij voelt een diep heimwee, vooral naar God. Vanaf ’s morgens vroeg verlangt hij intens naar de Heere en kijkt hij er naar uit om weer in Gods heiligdom te zijn. Daar valt wat te beleven! Graag zou hij daar weer zijn handen opheffen en de Heere loven. Dat is wat anders dan in het woestijnzand zitten. ’s Nachts ligt David aan de Heere te denken en aan wie Hij voor hem geweest is. Hij klampt zich vast aan zijn God en ervaart dan dat God hem ondersteunt. Voor zijn vijanden heeft hij geen goed woord over. Van hen zal er niets terechtkomen.

Wat is het ook voor ons goed om vanaf de vroege morgen de Heere te zoeken en voordat we gaan slapen aan Hem te denken. Is Hij ook niet voor ons een Helper geweest? Hij wil nog veel meer voor ons zijn. Hij wil in Christus Zich over ons heen buigen en ons in genade aannemen. En inderdaad, dan ervaar je het: Gods goedertierenheid, Zijn liefdevolle verbondstrouw, is beter dan het leven!

Uitvoeringen Psalm 63

Psalm 63 - Zingen uit de Bron

Psalm 63 - Zingen uit de Bron

Thematische verdieping

Bijdragen

Laat een nieuwe generatie zingen

Met jouw financiële steun ontwikkelen we over een periode van meerdere jaren 150 psalmen in klassiek-eigentijdse taal en publiceren we geestelijke liederen waarin het Evangelie van Jezus Christus centraal staat.

Doneer