Meer verdieping bij Psalm 13
Als de trein optrekt, hoor je altijd een merkwaardig geluid onder je: kadoeng, kadoeng, kadoeng, kadoeng. Het is de cadans van de wielen van de trein, die ontstaat als de wielen van de ene spoorstaaf op de andere overgegaan. Zo’n cadans horen wij ook aan het begin van Psalm 13: “Hoelang, hoelang, hoelang, hoelang?” David voelt zich benauwd en zit diep in de put. Tegelijk klinkt er een schreeuw om genade en is er vaste hoop op een wonderlijke wending. Het licht zal doorbreken!